top of page

Een woord ontwaakt aan zee

 

 

Heb je dat ook weleens – een woord dat plotseling door je hoofd klapwiekt,
als een uil in de prille dageraad?

Een woord dat je grijpt en niet meer loslaat.

Op een kalme voorjaarsmorgen aan zee bleef ik stilstaan bij een vreemd woord: 'kunstheftig'.
Het vloog me te binnen – een gevleugeld woord, in homerische zin –
en haakte zacht zijn klauwen in mijn bewustzijn.

Tussen de schuimende branding en de schemerende zeelucht drong de gedachte zich op
dat artificiële intelligentie buitensporig was – ja, onmatig.
En juist toen voelde ik dat kunst een intensere, bezielende rol zou moeten spelen
in de ontwikkeling van die technologie –
als tegenklank, als richtinggevende ster,
misschien zelfs als adem voor iets dat anders louter mechanisch zou blijven.

 

Kunst kan de ziel zijn die in de machine huist,
de melodie in de ruis,
het vuur dat koud metaal laat gloeien –
een Mona Lisa-glimlach die de algebra van het denken subtiel ontregelt,
en soms zelfs ontreddert.

Zonder kunst blijft intelligentie een lege vorm.
Met kunst ademt ze, resoneert ze, krijgt ze betekenis.

 

Juist dat maakt intelligentie menselijker:
een vleugje bezieling – minder kunstmatig, meer kunstheftig.
​​​


Kunstheftig

Ik herinner me de zilte geur van die ochtend, toen ik besefte dat artificiële intelligentie – vaak kunstmatige intelligentie genoemd – veranderingen teweegbracht die geen maat meer kenden.

Deze technologie was zó ongebreideld dat er maar één woord voor was: kunstheftig.

Nieuwsgierig naar die kunstheftigheid appte ik met een chatbot op mijn telefoon.

De voorbeelden stroomden binnen als pushberichten: de datavloed, de titanische rekenkracht, de prometheïsche sprong in schaal én tempo, het torenhoge energieverbruik, de immense investeringen in serverparken – uitwaaierend over heuvelruggen als olijfgaarden, blinkend en verblindend in de digitale zon.

 

Het was alsof iets ontwaakte – een macht die onze greep te boven ging.

 

Stuk voor stuk toonden de voorbeelden hoe ver de veranderingen reikten, hoe grootscheeps de gevolgen uitpakten –

alsof strijdwagens en strijdrossen werden ontscheept: de paarden, zwaargebouwd, ongedurig, steigerig; de strijdwagens, knarsend, bonkend, dreunend.

Meeuwen schoten krijsend uiteen.

Ik beet op mijn lip. Een koperige smaak vulde mijn mond – eerder brons dan ijzer.

In ons tijdperk – ruim drieduizend jaar na de Griekse bronstijd, die van Helena, Achilles en Odysseus –

is AI het gezicht dat duizend schepen naar onze oevers brengt:

met dagelijks nieuwe zeilen aan de kim en het gerucht van een naderende invasie.

Intussen ontbreekt het ons aan bezielend leiderschap.

De mythische helden zijn allang tot verhalen verstild,

maar de AI-storm raast door – ongetoomd, stuivend, briesend –

zonder menner aan de leidsels.

 

En wij?

We swipen. We scrollen. We kijken toe.

Voor mij zijn cultuur en creatie een tijdloze dialoog – een gesprek dat generaties overstijgt: beleven om te creëren, creëren om te beleven.

​​

​​


De kloof

 

Peinzend liet ik me zakken in het rulle zand.

Met één knie gebogen keek ik uit over de wiegende golven die zachtjes het strand opliepen.

Het watergekletter fluisterde, suste, bezweerde.

Een wit schilfertje aan de horizon – de smalle maansikkel – deed me denken aan een wiegje, gehuld in een sluier van ochtendgoud.

Vlak bij de maan schitterde de morgenster, een bevallig, wakend stipje licht.

Ik dacht aan de reis van Aeneas door de antieke wereld, en aan Venus – de godin van de morgenster – die hem begeleidde op zijn vlucht uit het brandende Troje tot aan de stichting van Lavinium, de moederstad van Rome.

Mijn gedachten dwaalden verder.

Hoe meer artificiële intelligentie groeit en zich ontwikkelt, hoe sterker de baten toevallen aan grote, innovatiegedreven bedrijven, aan welvarende bevolkingsgroepen en hoogopgeleide professionals.

Kwetsbare, minder welvarende of laagopgeleide gemeenschappen hebben daarentegen moeite om de voortdenderende AI-transformatie bij te benen.

Voor hen zijn de veranderingen vervaarlijk, woest, ontwrichtend – met manen wit van schuim.

Zullen zij straks meedogenloos achter de strijdwagen worden voortgesleurd?


Het verdwijnende vakmanschap

Sluiks gleed een murene door het ondiepe water, langs het koraalrif. In haar kronkelende gestalte herkende ik zowel de bedachtzame sluwheid van Odysseus als de monsterlijke zeeslangen die Laocoön en zijn zonen verstikten.

We leven in een wereld vol denkers en draken.

Naast de groeiende digitale ongelijkheid – de AI-kloof – zien we dat menselijke kwaliteiten als vindingrijkheid en vakmanschap steeds vaker worden verdrongen door geautomatiseerde oplossingen.

Daardoor dreigen onze vaardigheden, intuïties en andere unieke vormen van menselijke inbreng verloren te gaan.

Dit verlies aan veelzijdigheid ondermijnt onze maatschappelijke verbeeldingskracht.

Zonder een rijk arsenaal aan ervaringen, ideeën en competenties –

een ware panoplie van menselijk vernuft – verzwakt ons vermogen om creatieve oplossingen te bedenken, om te improviseren, om nieuwe kansen te grijpen.

In dat opzicht is AI een Trojaans paard, binnengereden onder de vlag van efficiëntie.

Erger nog: deze arglistige manoeuvre – of het nu list of achteloosheid is – voltrekt zich nu al.

Zonder dat we het merken: een schaduwoperatie in de nacht van onze maakbaarheid.

Staat onze wereld straks in brand?


Een hoplietenharnas voor de zielenstrijd van AI

 

Maar wat als we kunst actief inzetten om deze heftige AI-transformatie menselijker te maken?

Cultuur en creatie beïnvloeden hoe we er rationeel mee omgaan én emotioneel op reageren.

Ze kleuren het karakter van de AI-modellen zelf – en de aard van hun toepassingen.

Hoe mobiliseren we de culturele en creatieve sectoren om de AI-ontwikkeling naar een hoger plan te tillen,

zodat ze niet alleen productiviteit en welvaart bevordert,

maar ook humaniteit en welzijn?

Mijn lijfspreuk

sinds die ene

ochtend

aan zee:

 

Kunst is een werkwoord.

Kunst heftig!


Kunstheftige intelligentie

 

De term kunstheftige intelligentie is een speelse variatie op kunstmatige intelligentie.

Waar kunstmatig verwijst naar iets onnatuurlijks, oppervlakkigs, haast steriels,

roept kunstheftig een ander beeld op: een technologie doordrenkt van kunst,

bezield door cultuur en gedreven tot creatie – niet nabootsend, maar voortbrengend.

Er sluimert iets in het lentegroene helmgras waar kunst en artificiële intelligentie – de dolende ridder en de draak – elkaar bevechten,

niet uit vijandigheid, maar uit de noodzaak elkaar te beproeven,

alsof het gevecht zelf een taal is, een oeroud ritueel van herkenning.

Daar, tussen licht en logica, breekt een nieuw bewustzijn aan:

geboren uit strijd, getekend door verlangen,

langzaam overgaand in toenadering – een samenspel, een wederzijds ontwaken.

Wat eerst botsing was, wordt ritme.

Wat machine leek, krijgt adem.

Wat menselijk was, spreidt zich uit tot iets onbegrensd.

In die sacrale dans van technologie en kunstzinnigheid bepalen verbeeldingskracht, authenticiteit, onvergankelijkheid en scheppingsdrang het tempo –

een cadans die niet langer vraagt wie meester is,

maar wie durft mee te bewegen.

Daar, in het nauwelijks hoorbare ruisen van het duinriet,

lijkt iets van de toekomst al te zingen.


De choreografie van een cultuurkritisch concept

 

Als digitale maker introduceer ik deze cultuurkritische term om te benadrukken

hoe de uitbundigheid, de sprankelende oorspronkelijkheid, de tijdloosheid en het generatieve potentieel van kunst en cultuur

de AI-transformatie kunnen bezielen –

mits we zorgvuldig en bedachtzaam te werk gaan.

 

Kunstheftig staat voor een choreografie van verkennen, ontdekken, verdiepen en ontwikkelen.

Dat betekent dat we, te midden van de hectiek van alledag, bewust dansruimte vrijmaken

voor de pirouettes van reflectie.

Het gaat niet om het afremmen van technologische vooruitgang,

maar om het doordenken van onze reflexmatige reacties

op de bekoringen en tekortkomingen ervan.

 

Kunstheftig wil zeggen dat we niet meteen snelle, pasklare antwoorden uit de hoge hoed toveren,

maar dat we de tijd nemen om te onderzoeken hoe cultuur en creatie

de AI-transformatie – en daarmee ook onszelf – kunnen verrijken.

 

Door onze verbeelding los te laten op onderbelichte nuances,

aandachtig te luisteren naar zowel harmonieuze als dissonante stemmen,

weerstand te bieden aan kortzichtige oplossingen

en zorgvuldig te experimenteren met ideeën die het menszijn verrijken,

ontdekken we mogelijkheden die anders verborgen zouden blijven.

Ik liep terug naar het wagenpark.
In de verte het wegebbend wapengekletter –
en de echo van een schreeuw.

Mijn gevoel zegt me dat het Zijn meer is dan een horizon, weidser dan een open plek in het bos. Het danst en wervelt als een derwisj, in tijdloze vervoering.

De kosmische derwisjdans is poëzie zonder inkt,

geschreven met voeten op een vloer van krakend hout en krijtstof.

Zo wordt de mens zelf tot strofe:

elke draai een versregel,

elke handbeweging een metafoor

– de ene reikt naar de hemel, de andere schenkt aan de aarde –

het ruisen van de rokken: het rijm.

Waar woorden eindigen, begint het lichaam te dichten:

de cirkel wordt een lied dat tijdloos voortzingt.

Roan Wisse

Roan Wisse – klikt met cultuur en creatie

 

  • Zelfstandige digitale onderzoeker-maker.

  • Gids voor dolende ridders, denkers en draken bij Boekhandel Cluysenare.

​​

roanwisse@gmail.com

@roanwisse

  • Pinterest
  • X
  • Youtube
  • Whatsapp
  • LinkedIn

© 2026 – Onderzoeksatelier Roan Wisse

De ruisende stilte

Ik lees om te schrijven.

Ik schrijf om te denken.

Ik sluit mijn ogen

om beter te lezen.

Ik dwaal

en verdwaal

om beter te schrijven.

Ik verzwijg

en vergeet

om beter te denken.

Ik denk, onderzoek,

doorgrond,

om te maken,

om mee te maken,

om het Zijn te verrijken.

Het Zijn dat niet het Zijn is.

 

Voor Haar.

‘Ja – voor mij.’ Haar stem is

een ruisende stilte.

 

Ook voor mezelf.

‘Ja – ook voor jezelf.’

Voor iedereen.

‘Nee – alleen voor ons.’

– RW

bottom of page